Ga naar hoofdinhoud

Tien erkende beperkingen ifv competitiesport

In de eerste fase (toelatingsproef) wordt gecheckt of de sporter minstens één van de tien erkende beperkingen heeft, met andere woorden geschikt (‘eligible’) is om competitiesport te beoefenen. Deze beperking moet verifieerbaar en permanent zijn, vastgesteld op basis van medische documentatie en/of onderzoek.

Het IPC (‘International Paralympic Committee’) erkent de volgende 10 beperkingen als voorwaarde tot deelname aan competitiesport:     

Fysieke beperking = physical impairment = PI

  1. Beperking in spierkracht
    bv dwarslaesie, spierdystrofie, post-polio syndroom, spina bifida;
  2. Beperking in gewrichtsbeweeglijkheid
    bv arthrogryposis, contractuur ten gevolge van chronische gewrichtsimmobilisatie of gewrichtstrauma;
  3. Amputatie van een lidmaat
    bv dysmelie of ten gevolge van een trauma of ziekte;
  4. Beenlengteverschil
    bv aangeboren of ten gevolge van een trauma;
  5. Dwerggroei
    bv achondroplasie, dysfunctioneel groeihormoon, osteogenesis imperfecta;
  6. Hypertonie
    bv cerebrale parese, hersentrauma, herseninfarct;
  7. Ataxie
    bv cerebrale parese, hersentrauma, herseninfarct, multiple sclerose;
  8. Athetose
    bv cerebrale parese, hersentrauma, herseninfarct;

      

Visuele beperking = visual impairment = VI

  1. Gezichtsbeperking
    bv retinitis pigmentosa, diabetische retinopathie;


Verstandelijke beperking = VE = intellectual impairment = II

  1. IQ ­­is kleiner dan of gelijk aan 75, beperkte zelfredzaamheid én bepaald voor het 18de levensjaar.


Wat komt NIET in aanmerking als erkende beperking voor competitiesport?

  • Pijn of vermoeidheid
  • Doof- of slechthorendheid
  • Lage spiertonus
  • Hypermobiliteit gewricht
  • Instabiliteit gewricht
  • Beperking in spieruithouding
  • Beperking in motorische reflexfuncties
  • Beperking in cardiovasculaire functies
  • Beperking in ademhalingsfuncties
  • Beperking in metabole functies
  • Psychische kwetsbaarheid