Terug naar overzicht

Dag van de Witte Stok met Rob: “Ik voel me niet 100% veilig bij de verplaatsing naar mijn sportclub”

Nieuws Opinie Interview 14 oktober 2020

15 oktober werd in 1970 door de Wereld Blinden Unie uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Witte Stok. Het is een dag waarop blinde en slechtziende verkeersdeelnemers aandacht vragen voor hun positie in het verkeer. We spreken met Rob Eijssen (29), een begenadigd torbalspeler en lid van het nationaal goalbalteam, over de positieve evoluties, maar ook over de verbeterpunten.

De witte stok staat symbool voor blindheid en slechtziendheid en laat toe dat blinde en slechtziende personen zich op straat kunnen verplaatsen. De stok waarschuwt autobestuurders en voetgangers enerzijds dat de persoon een visuele beperking heeft. Anderzijds kan de persoon in kwestie hindernissen opsporen door het maken van een veegbeweging of tikbeweging voor zich.

“Zelf maak ik gebruik van een witte rolstok en niet van een tikstok”, zegt Rob Eijssen, die bijna volledig blind is en zich meerdere keren per week moet verplaatsen van Pelt naar Gent voor de trainingen met het nationaal goalbalteam. “Ook al neem ik altijd dezelfde weg omdat ik die ken, toch zou ik me zonder die stok niet veilig kunnen verplaatsen. De punt van mijn stok rolt over de grond, waardoor ik obstakels of oneffenheden kan voelen. Bovendien geeft de witte stok ook een signaal aan anderen in het verkeer.”

Bestuurders van nieuwe elektrische voertuigen moeten zich ervan bewust zijn dat wij geen oogcontact kunnen maken (Rob Eijssen)

Zo zou het inderdaad moeten zijn, want in de verkeerswet maakt artikel 40.2 over het gedrag van bestuurders tegenover voetgangers volgende melding: ‘De bestuurder moet dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen, bejaarden of personen met een handicap, inzonderheid blinden met een witte of een gele stok en de personen met een handicap (...) Hij moet vertragen en zo nodig stoppen. Vraag is of dat altijd gebeurt? “Helaas niet”, zegt Rob. “Ik voel met niet altijd 100% veilig bij de verplaatsing naar mijn sportclub in Pelt of de trainingen in Gent. Vooral de mensen die twijfelen in het verkeer vind ik gevaarlijk. Eerst remmen, dan gas geven. Maar ook de nieuwe elektrische voortuigen, fietsen en steps zijn een gevaar. Wij horen die voertuigen bijna niet aankomen. Het is belangrijk dat die bestuurders zich ervan bewust zijn dat wij hen niet zien, wij kunnen geen oogcontact maken, en ze dus best kunnen stoppen als ze de witte stok waarnemen. Onlangs trok mijn vriendin me nog net op tijd weg voor een aanstormende step in Antwerpen.”

Rob Eijssen in actie met het nationaal team goalbal
Rob Eijssen in actie met het nationaal team goalbal

Rob vindt dat mensen tevens gesensibiliseerd moeten worden over de blindengeleidestroken of ribbelstroken. Dat zijn speciaal aangelegde stroken met een afwijkende structuur (ribbels of bollen) die er toe dienen om blinden en slechtzienden te helpen de juiste weg te volgen, doordat zij zich hiermee kunnen oriënteren. “Bij werken worden verkeersborden daar vaak op geplaatst, terwijl ze er perfect naast kunnen staan. In plaats van voor de strook te wachten, stoppen heel wat mensen ook op die stroken. Ik vraag me dus af of iedereen wel weet waarvoor die stroken dienen.”

Het valt mij op dat mensen in stations behulpzamer worden (Rob Eijssen)

Extra sensibilisering lijkt nodig, maar de vraag is of er al onvoldoende stroken op de Vlaamse wegen, en niet in het minst ook in de treinstations, liggen. De NMBS liet begin oktober alvast weten dat de kwart van de stations tegen 2025 volledig toegankelijk moet zijn, en daarnaast zou het aantal aangepaste perrons tegen datzelfde jaar verdubbeld worden (Willems F., VRTNWS, 5 oktober). “Een uitstekende zaak”, zegt Rob. “Het is belangrijk dat de NMBS die langetermijnvisie communiceert, beterschap belooft en het plan uitvoert. Het geeft perspectief aan de mensen met een beperking. Niet enkel blinden en slechtzienden hebben er trouwens baat bij, denk aan de moeilijke verplaatsingen voor personen in een rolstoel. Een aangepast station kost veel geld, maar het is noodzakelijk voor een inclusieve samenleving.”

Iedereen moet zijn steentje bijdragen voor de verkeersveiligheid van personen met een beperking. En Rob is de eerste om daarbij ook de positieve evoluties te benoemen. “Het is opvallend dat mensen veel behulpzamer zijn geworden in stations. Vroeger sprak haast niemand je aan, maar tegenwoordig vragen mensen of ik hulp nodig hebben bij het opstappen. Sommigen polsen daarbij eerst hoe ze me best kunnen begeleiden. Dat is een goede ingesteldheid en grote stap vooruit in vergelijking met vroeger.”

Klik hier voor meer informatie over Rob Eijssen, die in 2018 met de Belgen brons won op het WK goalbal.

Klik hier voor meer info over sport voor blinden en slechtzienden.

Sport

Topsporters

Deel dit artikel

Krijg de laatste nieuwsberichten direct in je inbox

Inschrijven